Osiris past niet bij alle TU/e-studenten, hoe los je dat op?
Sommige studenten passen niet in het standaardplaatje van de informatiesystemen die de TU/e gebruikt. Denk aan internationale namen of een achterhaalde genderidentiteit. Om Osiris en Canvas wat betreft IT-support inclusiever te maken, gaf hoogleraar software engineering Alexander Serebrenik een lunchlezing.
Voor een gehoor van mededocenten, docentondersteuners en LIS-medewerkers vertelt Alexander Serebrenik maandag tijdens een lunchlezing bij The Academy for Learning and Teaching over zijn eigen ervaringen met weigerende computersystemen. Het betreft met name het digitale leerplatform Canvas en het studenteninformatiesysteem Osiris.
De praktijkvoorbeelden gaan over een student zonder achternaam, een tweeling die niet tegelijkertijd aan de TU/e startte en een student die zich gedwongen voelde een transitie naar een ander geslacht te openbaren.
Alleen een voornaam
“Aan de TU/e kwam een student uit India die geen achternaam had. We noemen haar voor het gemak nu Priya. In India kun je aan de achternaam zien tot welke kaste iemand behoort. Omdat haar vader dat achter zich wilde laten en hij in een nieuw gebied zonder zijn achternaam verderging, had zijn dochter er ook geen. Dat werd aan de TU/e een probleem.”
“De voornaam werd ook bij achternaam ingevuld in een van de informatiesystemen. Een ander systeem kende de persoon Priya Priya niet, maar Priya wel. Toen docenten om opheldering vroegen, moest zij het hele verhaal van haar vader opbiechten”, zegt Serebrenik. “Het voelde voor haar als een kluis die opengebroken werd.”
Tweeling
Serebrenik herinnert zich ook nog een Chinese studente die – precies een collegejaar nadat haar tweelingzus aan de TU/e was gaan studeren – ook aan een studie in Eindhoven begon. Maar haar inschrijving kon het TU/e-systeem niet aan. “De zussen hadden niet alleen dezelfde geboortedatum en -plaats, maar ook dezelfde initialen. Het probleem was direct bekend, maar het duurde een maand voor het technisch was opgelost.”
Gênanter werd het toen het fout ging bij een groepssamenstelling bij een vak. “Het was alle studenten bekend dat groepen gevormd werden met nul, twee of meer studenten met een bepaald gender of een niet-Nederlandse-nationaliteit.” Dit zodat niemand zich een eenling hoeft te voelen.
“Toen een groep startte met slechts één vrouw, voelde zij zich gedwongen zich bekend te maken als een transvrouw (de transitie vond plaats tijdens de studie, red.). Weer een kluis die opengebroken werd.”
Achternamen
Vaker voorkomend is het probleem dat samenhangt met dubbele achternamen. In de Portugese traditie krijgt iedereen de achternamen van beide ouders, waarvan in de praktijk de laatste wordt gebruikt. Maar daar gaan de Nederlandse informatiesystemen niet vanuit, die kiezen de eerste.
“Over een jaar of zestien moeten ze wel, met of zonder verdere internationalisering, want in Nederland is de achternaamkeuze sinds 2024 ook vrijer”, merkt iemand in het publiek op.
Serebrenik: “Als je informatie uit Canvas exporteert, worden de voornamen vervangen door de voorletters. Daarom moet ik als docent mijn studenten met dezelfde voorletters en achternamen handmatig checken met hun studentnummers.”
Gelukkig stapte de TU/e over naar Office 365, waardoor nu de e-mailadressen zichtbaar zijn mét voornaam.
Hulp gevraagd
Het lijken kleine, individuele problemen die Serebrenik aanstipt. “Maar bij elkaar zijn het er toch veel. En een student die zich rot voelt door een haperend systeem, is ook nooit goed voor een docent.”
Hij roept de aanwezigen op tot een kort moment van zelfreflectie. Wat kun je doen om deze problemen te voorkomen? Daarna deelt iedereen de gedachten in kleine groepen en de allerbeste ideeën komen vervolgens plenair naar voren. “Dat je je bewust bent van genoemde problemen, getuigt van respect naar studenten, maar ook naar LIS-medewerkers en teacher supporters”, moedigt Serebrenik aan.
De oplossingen – ook van deelnemers online – komen neer op het volgende: vraag studenten zelf hoe ze willen worden genoemd en gebruik studentnummers. “Laten we elkaar helpen”, besluit het groepje waar ESA-beleidsmedewerker Ludo van Meeuwen deel van uitmaakt, “door collega’s te vertellen waar je tegenaan loopt en hoe je dat oplost. Dat kan vanaf morgen.”

Discussie